Servez bulletin 2007

  Home Naar boven

 

 

Naar boven
DE 4 MUSEA
INFORMATIE
PLATTEGROND
DISCLAIMER
LINKS

     

 

 

 

 

Dagje Museumdorp Hilvarenbeek

 


De oude kern van het Kempendorp Hilvarenbeek roept herinneringen en beelden op uit Brabantse streekromans zoals geschreven door Anton Coolen en A.M. de Jong.

Kronkelende straatjes met oude en monumentale huizen en winkeltjes en de beltkorenmolen De Doornboom roepen een sfeer op van het verleden in het heden. Rijdend over landweggetjes waar bossen en akkers zich afwisselen nadert men het dorp en van verre komt de 75 meter lange toren met z’n typische ui-spits al in het zicht.

De toren en de even fraaie kerk vormen een indrukwekkend monument van Kempische baksteengotiek en liggen aan het middelpunt van het oude dorp, de Vrijthof, een uniek groen Frankisch marktveld en een beschermd dorpsgezicht. Op en om De Vrijthof is het heerlijk toeven op één van de terrasjes van de herbergachtige oude etablissementen in de schaduw van de imposante linden of rond de mooie muziekkoepel. Pal achter de noordwest hoek van de Vrijthof ligt:

 

Museumbrouwerij De Roos in de Sint Sebastiaanstraat

 

 De Roos is de enige nog in Nederland bewaard gebleven typische en authentieke dorpsbrouwerij uit het midden van de negentiende eeuw, waar tot 1933 door brouwer H.F. de Leyer op ambachtelijke wijze bovengistende bieren met namen zoals Bikse Tripel, Konjel, Rooie Fik en De Roos werden gebrouwen. De brouwerij in nog helemaal in de staat van rond 1930.

Zo treft men er de oude, op takkenbossen gestookte, koperen ketels aan, de houten roerkuip en lekbak en allerhande brouwersgereedschap. Men komt er in de ruimte waar de flessen nog deels handmatig werden gevuld en gekurkt en waar oude machines nog worden aangedreven met brede lederen aandrijfriemen reikend tot het hoge plafond, en flesjes dubbel en tripel bier uiteindelijk in houten kistjes werden verpakt.

 

De restauratie van de dorpsbrouwerij vond plaats tussen 1999 en 2001, de periode waar in de vraag naar ambachtelijke bieren eensklaps groter werd en de biercultuur langzaam veranderde en voor velen meer waarde is gaan krijgen en men bier niet meer beschouwd als een alledaagse dorstlesser welk men zonder na te denken in grote kwantiteiten naar binnen werkt. De vrijwilligers die de brouwerij restaureerden beseften dit en hebben in het achtergedeelte van de brouwerij een kleine microbrouwerij gebouwd waar op bescheiden schaal met een ketelcapaciteit van slechts 200 liter de bieren uit de vorige eeuw kunnen worden geproduceerd.

 Zo begon men er de Rooie Fik (vernoemd naar een roemruchte locale zwerver), de Bikse Tripel, De Roos en de Konjel weer volgens oude en originele receptuur te brouwen puur voor eigen (museum) gebruik, doch wanneer echter liefhebbers van bieren het ontdekken is de brouwketel vele malen te klein………... .  Dat is inmiddels gebeurd.

 Van heinde en verre komen bierfanaten naar Hilvarenbeek om de dorpsbrouwerij te bezoeken en inmiddels wordt er jaarlijks op De Vrijthof een bierfestival van internationaal kleine ambachtelijke brouwerijen gehouden. (dit jaar op zondag 9 september) Op de voormalige moutzolder van de brouwerij komt men in het nostalgische en warm ingerichte Brabants proeflokaal waar men veel relikwieën uit het verleden kan bewonderen en kan genieten van Hilvarenbeek’s bier op z’n best geserveerd.

 Bij een bezoek is het goed mogelijk de brouwploeg bezig te zien. Vragen staat dan vrij.

Er zijn altijd deskundigen aanwezig om uw vragen te beantwoorden en in de koele kelder waar het bier wordt opgeslagen kan men een diapresentatie zien.

 

Museum De Dorpsdokter

 

 

Vanaf de museumbrouwerij wandelt men in enkele minuten naar de beltkorenmolen De Doorboom.

Letterlijk deels onder de wieken van deze grote en statige molen “op een sokkel” is het museum “De Dorpsdokter” gevestigd, met voor de deur een heem- of kruidentuin.

Tot circa 1950 moest een dorpsdokter van vele markten thuis zijn. Genoopt door het ontbreken van allerlei voorzieningen op het platteland, die tegenwoordig gewoon goed zijn, diende de dorpsdokter ter plekke handelend te kunnen optreden.

Ziekenhuizen waren er alleen in de grotere steden, specialisten waren zeldzaam, het slechte en langzame wegennet en de beperkte mobiliteit waren hier debet aan.  

De dorpsdokter bezocht zijn patiënten in een sjees getrokken door een paard, en in latere jaren in een T-Ford of Citroën Traction die met de hand moest worden aangeslingerd. 

Altijd had de dorpsdokter een grote hoeveelheid instrumenten en medicamenten verpakt in kisten bij zich “voor het geval dat” en het was niets bijzonders dat soms een acute blindedarm operatie op de keukentafel van een hofstede moest plaatsvinden of bij een bedrijfsongeluk een amputatie ter plekke diende te worden uitgevoerd.

Echte noodgevallen werden vaak gelegen op met menskracht geduwde houten karren aan zijn huisadres afgeleverd, soms had de dorpsdokter het geluk dat iemand per fiets het noodgeval bij hem aankondigde, maar meestal werd er op zijn deur geklopt en moest hij direct handelend optreden. 

De dorpsdokter was in die tijden veel meer dan alleen maar huisarts; hij was apotheker, hij was opticien, vaak ook tandarts, hij was audicien ofwel deskundige in het aanmeten van gehoorapparatuur, hij was narcotiseur, hij was verloskundige en nog heel veel meer.

Het museum laat al die facetten van de dorpsdokter zien.

De dokter zit in zijn spreekkamer met naast zich de indrukwekkende oude behandeltafel. Er is een grote afdeling met allerhande instrumentarium die een dorpsdokter tot zijn beschikking moest hebben; zoals heelmeesters-setjes, tinnen klisteerspuiten voor darmspoelingen, katheters voor mannen en vrouwen, gruwelijke instrumenten zoals de verlostangen en de verbrijzelaar, de been-amputatie-zaag, vlijmen voor aderlatingen, de reflexhamers, de ganglionhamer om vochtblaasjes mee kapot te slaan, de centvanger voor ingeslikte munten, en de microscoop en de stethoscoop.

Wanneer men die instrumenten ziet is een ieder blij niet in die tijd te leven en zondermeer niet ziek te zijn.

Indrukwekkend is de apotheek van de dorpsdokter, waar hij zelf zijn pillen draaide, poedertjes maakte, de vijzel ter hand nam om allerlei zalven te maken en drankjes in een kolom mixte. De dorpsdokter diende ook te beschikken over één of meerdere couveuses en een behoorlijk voorraad EHBO-materialen.

Huiveringwekkend is de tandartsstoel en instrumentarium uit het begin van de vorige eeuw.

Zo is er een boormachine die door middel van een voetpedaal moest worden aangedreven, en heeft men beslist medelijden met de patiënt in de stoel.

Men ziet er de drukke en enigszins chaotische werkruimte van een apotheker uit het begin van de 19e eeuw waar de “pillendraaier” bezig is met het bereiden van medische brouwsels in zware potten boven een openvuur.

Veel aspecten komen aan de orde, zoals de kruisvereniging en de ziekenzorg in die jaren en de meer dan twintig beschermheiligen die de medische beroepen rijk zijn.

Vanaf De Dorpsdokter wandelt men door de oude historische kern van het dorp naar de voormalige jongensschool aan de Varkensmarkt, waar in is gevestigd het

 

Nationaal Likeur & Frisdranken Museum Isidorus Jonkers.

 

 

Meteen vraagt men zich af wat likeuren en frisdranken met elkander te maken hebben.

Dat is heel eenvoudig; voor beide dranken zijn water, suiker en aroma’s belangrijke grondstoffen, en in feite is frisdrank een alcoholvrije likeur.

Likeur wordt verkregen door alcohol en aroma’s samen te voegen in een distilleerketel, de ketel te verwarmen waar door het aroma in de alcohol trekt en verdampt. Vervolgens wordt de damp opgevangen en door een koelsysteem geleid waar door deze condenseert en een alcoholhoudende vloeistof ontstaat.

 Door het gebruik van allerhande aroma’s, kruiden, bessen en vruchten, maar ook bijvoorbeeld gemalen koffie- en cacaobonen, kan men oneindig veel verschillende likeuren maken.

Voorbeelden te over; de Franse Pernod is een likeur op basis van anijs en laurier, en de vele exotische likeuren herbergen veel citrusvruchten zoals ananas, sinaasappel en citroen.

Sinds enkele generaties staat het van oorsprong Tilburg’s familiebedrijf Isidorus Jonkers internationaal te boek als een hooggewaardeerde likeurstokerij, en in vroegere jaren ook als bereider van siropen voor frisdranken.

De geschiedenis van de frisdranken is vrij jong en begint in Nederland rond het jaar 1835.

Aanvankelijk was frisdrank een luxe artikel dat door stokerijen werd geproduceerd. Pas later, vanaf het eerste kwartaal van de 20 ste eeuw is frisdrank een alledaagse dorstlesser geworden, hetgeen vooral te danken is aan de toevoeging van koolzuurgas zodat een prikkelend karakter werd verkregen.

Het museum laat de geschiedenis van de likeur en de frisdrank in al z’n aspecten zien.

 

  

Zo is er een antieke likeurstokerij en een advocaatfabriekje anno 1833.

Stookketels zijn er te vinden in allerlei vormen en maten. Er is een reusachtige koperen voormalige clandestiene alcoholkolom, in Engelstalige landen “Coffey”still genoemd, waar in alcohol van 45% naar een percentage van 96% kan worden gebracht, maar ook bijvoorbeeld een bolhelm distilleerketeltje van 5,16 liter waarmee op de keukentafel kan worden gedistilleerd.

Alle gereedschappen en machientjes staan sfeervol geëxposeerd zoals: kneusmolens, schudketels, persen, rozijnenwassers, flessenkurkmachines, suikeroplosketels en vulapparaten.

Dan zij er de indrukwekkende 500 liter greskleien potten waar in dranken werden opgeslagen voordat die werden gebotteld.

Er is een kruidenkamer met o.a. kruiden, aromaten en tincturen, en men ziet er de vele kruiken en houten vaten.

Flessen en glas

Pas toen men industrieel goedkoop glazen en flessen kon produceren kwam met name de distributie van frisdranken grootschalig op gang. 

Het museum herbergt een schitterende glasverzameling, ook wel verpakkingsglas genoemd, van prachtige syphons en spuitwaterflessen, unieke likeurflessen, handgeschilderde flessen, potten voor boerenjongens en boerenmeisjes, karaffen en Delfts blauwe likeurkruiken.

De grote verzameling frisdrankflessen en flesjes haalt bij menigeen jeugdherinneringen op; de pulletjes van Joy, de beugelflessen van Exota, de Hero-collectie door de jaren heen, limonadeflessen die nog diende te worden gekurkt en de geschiedenis van de Cola fles.  

Ook is er een unieke verzameling te bewonderen van bierflessen vanaf 1850.

 

Proeflokaal

Een dergelijk museum kan niet zonder proeflokaal en het bekijken van de collectie vraagt om proeven.

In het sfeervolle proeflokaal met zijn monumentale tapkast waant men zich in het begin van de vorige eeuw. Men kan er een likeurtje proeven en genieten van de vele oude reclame wandborden, waarvan vele nog zijn geëmailleerd.

Altijd zijn er deskundigen aanwezig die vragen kunnen en willen beantwoorden. 

Wat meer aan de rand van het oude dorp is sinds kort gevestigd

 

Museum Dansant

 

Museum Dansant is gebouwd in art nouveau Tuchinski-stijl en maakt deel uit van een uniek bedrijf dat orgels restaureert en vervaardigd; prachtige mechanische aangedreven orgels die in vroegere jaren waren te vinden in exclusieve etablissementen waar men naar hartelust kon dansen en de bekende draaiorgels die vrolijkheid en vertier op de pleinen en straten van de steden brachten.

 

 

Zes van die kleurrijke kanjers van orgels, waarvan het magistrale Mortier-orgel van maarliefst 50 m2 de kroon spant, staan opgesteld in een sfeer van rond 1900 die wordt bepaald door mahonie, kristal en spiegels.

Elk orgel heeft z’n eigen karakter en eigen uiterlijk, van klassiek in vele pasteltinten en beschilderingen tot het mechanisch robot orkest.

Geen van de orgels klinkt identiek.

 

 

Er is een grote dansvloer, want wanneer in vroegere tijden het draaiorgel in de straat verscheen kwam men naar buiten om een dansje te maken en zo lang het koperen mansbakje van de orgeldraaier maar werd gevuld speelde het orgel door.  

In die sfeer van weleer mogen bezoekers een dansje maken en kan men zelfs verzoeken om een speciaal oud nummer te spelen.  

Voor liefhebbers is een bezoek aan Museum Dansant zonder meer een aanrader !

 

Home ] Naar boven ]

Stuur u e-mail met vragen aan: info@museumdorp.com  
Copyright © 2006 Stichting Hilvarenbeek Museumdorp
Stand: 07. november 2008